|
RICHTLIJN
VOOR HET VOORSCHRIJVEN VAN TNF-ALPHA REMMERS BIJ HIDRADENITIS
SUPPURATIVA (ACNE INVERSA, ACNE ECTOPICA)
Inleiding
Sinds
2003 worden in Nederland infliximab en andere TNF-alpha-remmers zoals adalimumab
en etanercept toegepast voor de behandeling van ernstige
hidradenitis suppurativa. Aanvankelijk kon dat alleen in enkele
ziekenhuizen die daarvoor een budget hadden, meestal in de vorm van
gesubsidieerd onderzoek. Vanaf 2008, na een uitspraak van de commissie
farmaceutische hulp konden patiënten in infusieklinieken infliximab
krijgen, vergoed door de zorgverzekeraars. Sindsdien zijn vele dermatologen begonnen met de
behandeling van hun ergste patiënten.
Hierdoor bestaat behoefte aan praktische informatie, protocollen en
informatie voor patiënten en artsen. In deze tekst wordt zoveel mogelijk
informatie beschikbaar gesteld. Er zijn links naar allerlei documenten opgenomen, zoals
behandel checklisten voor artsen en verpleegkundigen, en
patiëntenfolders. Tegelijkertijd
is er ook gewerkt aan een landelijke richtlijn voor de behandeling van
hidradenitis suppurativa. Dit is een richtlijn van de Nederlandse
Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV), opgesteld
door de werkgroep acneïforme dermatosen. De richtlijn acneïforme
dermatosen gaat over 3 onderwerpen: acne vulgaris, hidradenitis suppurativa, en
rosacea. In 2010 is de richtlijn voor commentaar voorgelegd aan de leden van de
NVDV, die de richtlijn na aanvullingen geaccordeerd heeft en gepubliceerd op de
website van de NVDV. De meest recente versie van de richtlijn kan daar worden
gedownload.
Website van de NVDV
Richtlijn acneïforme
dermatosen 2010
Een belangrijke boodschap is dat infliximab een welkome
aanwinst is in het arsenaal van behandelingen die de dermatoloog te bieden
heeft voor deze ernstige aandoening, maar dat het in het ideale geval moet
worden ingebed in een totaal aanpak van het probleem. Hierbij hoort ook
chirurgisch ingrijpen, combineren met antibiotica en lokale preparaten, en
het verstrekken van leefregels en adviezen aan de patiënt.
Eerste
resultaten van infliximab bij hidradenitis suppurativa
Vanaf
ongeveer 2001 verschenen de eerste studies (case reports) over gunstige
resultaten van infliximab (anti-TNF-a) bij patiënten met ernstige
hidradenitis suppurativa (Martinez 2001). Dit waren patiënten die een
combinatie hadden van de ziekte van Crohn en hidradenitis suppurativa, een
bekende associatie. Deze patiënten werden voor hun Crohn behandeld met
infliximab en daarbij viel op dat ook de hidradenitis rustiger werd en bij
sommige patiënten zelfs geheel genas. In de periode daarna zijn ook
patiënten met alleen hidradenitis suppurativa behandeld met anti-TNF-a
biologicals, aanvankelijk alleen met infliximab, later ook met etanercept
en met adalimumab (Sullivan 2003, Jurgensmeyer 2004, Ravat 2005). Samenvatting
van de literatuur over infliximab bij hidradenitis suppurativa De
beschikbare literatuur over infliximab bij ernstige therapieresistente HS
is tot en met 2008 samengevat in het rapport van de commissie
farmaceutische hulp (CFH) van de ziekenfondsraad uit 2008.
De literatuur tot en met eind 2009 is opgenomen in de landelijke richtlijn
van de NVDV over hidradenitis suppurativa die in 2010 is gepubliceerd. Zie
voor de literatuur onderstaande documenten:
Rapport
CFH over Remicade (infliximab) bij ernstige therapieresistente hidradenitis suppurativa (25
februari 2008)
Richtlijn acneïforme
dermatosen 2010
Eerste
ervaringen met infliximab bij hidradenitis suppurativa in Nederland In
2001 werd in Nederland in het AMC de eerste patiënte met de combinatie Crohn en een
chronische therapieresistente hidradenitis suppurativa behandeld met
infliximab. De hidradenitis was destructief maar kwam volledig tot
stilstand. De resten ervan in de pubisregio werden door middel van deroofing
verwijderd. Sindsdien is patiënte geheel klachtenvrij (inmiddels 9 jaar).
In 2003 werd in het AMC de eerste patiënt met alleen hidradenitis (geen
ziekte van Crohn) behandeld met infliximab. Ook bij deze patiënt werd een zeer goed
resultaat bereikt (Mekkes 2004). Het effect ervan hield ongeveer 3 jaar
aan, daarna ontstonden
weer recidieven.

Hidradenitis
suppurativa bij morbus Crohn. De Crohn en de hidradenitis zijn eerst tot
rust gebracht met infliximab. Nadat de ontstekingscomponent is verdwenen
zijn alle laesies (vooral fistelgangen) verwijderd met deroofing. De foto
rechts toont het resultaat 1 jaar na deroofing. Daarna is deze patiënte geheel genezen
(9 jaar geheel klachtenvrij zonder behandeling). Op grond van de eerste bemoedigende resultaten werd een
subsidie aanvraag ingediend
voor een studie bij 10 patiënten bij de commissie apotheekmiddelen van het
AMC. Deze commissie beheert een fonds wat
speciaal bedoeld is voor onafhankelijk geneesmiddelenonderzoek naar nieuwe
indicaties. De patiënten kregen 3 giften infliximab en werden daarna vervolgd. Deze studie werd in 2004-2006 uitgevoerd en in 2008 gepubliceerd
(Mekkes 2008). De conclusie was dat infliximab zeer goed werkte. Alle
ontstekingsparameters daalden, ziekteactiviteit scores (Sartorius score)
daalden, en de kwaliteit van leven verbeterde significant. Wel viel op dat
het effect tijdelijk was, na enkele maanden tot anderhalf jaar begonnen
bij 7 van de 10 patiënten de ontstekingen weer terug te komen. Sindsdien
worden patiënten ook langer doorbehandeld met infliximab. Beoordeling
door de Commissie Farmaceutische Hulp
Als gevolg van
geschillenprocedures en rechtszaken die patiënten hebben aangespannen
tegen hun zorgverzekeraar over de vergoeding van TNF-alpha remmers heeft de
Commissie Farmaceutische Hulp zich gebogen over deze nieuwe indicatie voor TNF-alpha
remmers. De
conclusie van de commissie in 2008 was dat het gebruik van de TNF-alpha remmers
infliximab en etanercept bij
hidradenitis beschouwd kan worden als rationele farmacotherapie. Over
Humira maakte de commissie in 2008 nog een voorbehoud omdat dat vrij nieuw
is en
het aantal publicaties nog gering is.
Eerste
uitspraak commissie farmaceutische hulp over Humira naar aanleiding van
geschillenprocedure (25 juni 2007)
Uitspraak
commissie over Remicade (infliximab) bij hidradenitis suppurativa (25
februari 2008)
Uitspraak
commissie over Enbrel (etanercept) bij hidradenitis suppurativa (25
februari 2008)
Uitspraak
commissie over Humira (adalimumab) bij hidradenitis suppurativa (25
februari 2008)
De
vergoedingsstatus van de TNF remmers bij hidradenitis suppurativa.
Als
gevolg van de uitspraak van de Commissie Farmaceutische Hulp komen infliximab en etanercept
met ingang van 25 februari 2008 in aanmerking voor vergoeding bij patiënten
met ernstige therapie resistente hidradenitis suppurativa. Dit is het gevolg van een
andere wetstekst die luidt dat zorgverzekeraars verplicht zijn om alle
geneesmiddelen die door de CFH bestempeld worden als rationele
farmacotherapie te vergoeden. Een soortgelijke discussie speelde in 2007
rond de vergoeding van Cellcept bij therapieresistent atopisch eczeem.
Voor adalimumab waren tijdens het beoordelen te weinig artikelen beschikbaar in
2008 om een uitspraak te kunnen doen. De
vergoeding moet voor elke individuele patiënt apart met goede motivatie en
onderbouwing worden aangevraagd bij de zorgverzekeraar. Alleen
dermatologen mogen de vergoeding aanvragen. De reden daarvoor is dat
infliximab bij hidradenitis pas mag worden ingezet als alle andere
behandelopties niet meer mogelijk zijn, en alleen de dermatoloog kan dit
beoordelen. Daarnaast is het belangrijk dat de infliximab behandeling
wordt ingepast in een totaal pakket van behandelingen, inclusief
chirurgische procedures zoals deroofing en excisies, en het voorschrijven
van antibiotica en lokale therapeutica.
Waar
kan behandeling met infliximab worden gegeven ?
Infliximab
kan alleen per infuus worden gegeven, en deze behandeling wordt dus
verstrekt in het ziekenhuis, in de vorm van dagbehandeling, of in een
infusiekliniek. Geneesmiddelen
die in ziekenhuis setting worden gegeven zijn altijd voor rekening van het
ziekenhuis. Dat betekent dat het afhangt van de lokale financiële omstandigheden of
het middel verstrekt wordt. Sommige ziekenhuizen hebben hier een budget
voor, de meeste echter niet.
Dermatologen
die in een ziekenhuis werken dat geen budget heeft voor infliximab kunnen
de patiënt behandelen via een van de infusieklinieken in de regio. Dit zijn
privé-instituten die zich hebben gestort op een maas in de wet, namelijk
dat dure geneesmiddelen extramuraal (buiten het ziekenhuis) wel volledig
vergoed worden, maar binnen het ziekenhuis niet. Zorgverzekeraars sluiten
contracten af met dit soort klinieken, omdat ze goedkoper zijn dan de
ziekenhuizen, die gebukt gaan onder enorme overhead kosten.
Dit geeft dus
de mogelijkheid om bij de zorgverzekeraar een machtiging aan te vragen
voor behandeling met infliximab die wordt uitgevoerd in een infusiekliniek.
De andere optie is om een machtiging voor Humira (adalimumab) aan te
vragen. Dit kan de patiënt zich zelf thuis toedienen.
In
2010 is er een verandering opgetreden. Nadat Klink heeft aangekondigd dat alle
TNF-remmers voor alle indicaties met ingang van 2011 uit het ziekenhuis budget
moeten worden betaald, zijn sommige verzekeraars acuut gestopt met het vergoeden
er van. Er zijn zelfs patiënten met psoriasis die acuut moesten stoppen met de
behandeling omdat de zorgverzekeraars weigerden het te vergoeden. De
ziekenhuizen zouden bij het ingaan van de nieuwe regeling ook een budget
krijgen. Omdat dit nog niet gebeurd is, is er nu een impasse ontstaan waardoor
veel patiënten geen vergoeding kunnen krijgen.
Adressen
van infusieklinieken waar infliximab infusies worden gegeven voor hidradenitis suppurativa
|
Alkmaar
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Flebologisch
Centrum Oosterwal
Overkrocht
10
1815
KX Alkmaar
|
|
|
Barendrecht
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Zorgpraktijk
Avenue Carnisse
Avenue
Carnisse 62- 64
2993
MH Barendrecht
|
|
Groningen
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Martini
Ziekenhuis,
locatie
Martini Paviljoen
Van
Swietenplein 1
9728
NT Groningen
|
|
Heerenveen
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Privé-kliniek
Heerenveen
Griend
1
8443
CG Heerenveen
|
|
Maastricht
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Gebouw Klevarie, 4e etage
Polvertorenstraat 6
6211 LX Maastricht
|
|
Nijmegen
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Nijmegen
Medisch Centrum
Nijmeegsebaan
31
6561
KE Groesbeek
|
|
Rotterdam
|
Infusiekliniek
White Dolphin
Rotterdam
Europoint,
Marconistraat
16
3029
AK Rotterdam
|
Richtlijnen
voor de behandeling van TNF remmers bij therapieresistente hidradenitis suppurativa. Nu
de behandeling voor vergoeding in aanmerking komt bestaat er behoefte aan
richtlijnen voor de dermatologen die hun patiënten met TNF-remmers willen
behandelen. In de nieuwe richtlijn acneiforme dermatosen van de NVDV
is een hoofdstuk gewijd aan hidradenitis suppurativa inclusief de
behandeling daarvan met TNF-alpha remmers. De belangrijkste aanbevelingen
uit deze richtlijn worden hieronder samengevat. Zie verder de NVDV
richtlijn.
Richtlijn acneïforme
dermatosen 2010
Effectiviteit
van infliximab bij hidradenitis suppurativa
Door
de behandeling met de TNF blokkerende middelen wordt de
ontstekingscomponent die rond de abcessen en fistels aanwezig is geremd.
Zwelling, pijn en pus-uitvloed nemen af. Fistels kunnen geheel verdwijnen c.q. involueren, en onderhuidse contracturen verdwijnen waardoor de
bewegingsvrijheid toeneemt. Patiënten voelen zich in korte tijd (vanaf 2
weken na het starten) beter en zijn in staat om dingen te doen, zoals
fietsen, die daarvoor onmogelijk waren. De kwaliteit van leven verbetert
significant. De objectieve verbeteringen zijn daling van de bloedbezinking
(BSE) en C-reactive protein (CRP) en het verdwijnen van abnormale
ontstekingseiwitten uit het bloed. De mate van ernst kan gescoord worden
met klinische acne ectopica skin score (Sartorius schaal). Deze score
daalt ook tijdens de behandeling (Mekkes 2008). Het effect van de
TNF-remmende middelen is tijdelijk. Uit de eerste studies, waarbij een
beperkt aantal (3) giften infliximab werden gegeven, gevolgd door een
observatieperiode, blijkt dat na staken van de behandeling de aandoening
weer geleidelijk verergert. Dit zou inhouden dat patiënten langdurig
behandeld moeten worden voor een blijvende verbetering. Een andere
mogelijkheid is om de periode van behandeling met TNF-remmers te benutten
om alle resterende grote abcessen en fistels te verwijderen.
Op
bovenstaande foto's is goed te zien wat infliximab doet. Links is de situatie voor
het starten van infliximab. De oksel van de patiënte is ernstig ontstoken, er
is een duidelijke inflammatoire component, te zien aan de paarse kleur en de
zwelling. De foto rechts is genomen
2 weken later, nadat de patiënte 1 keer een infuus met infliximab heeft gehad.
Na 1 gift infliximab is de ontstekingscomponent dus al minder geworden.

Het
effect van infliximab kan heel lang door werken. De linker foto is genomen voor
het starten van infliximab. Er zijn paarse ontstekingen te zien, maar ook
fistelopeningen en contracturen onder de huid. De patiënte kan de oksel niet goed
bewegen. Door de littekenvorming wordt de borst mee omhoog getrokken als de arm
wordt opgeheven. Vervolgens is gestart met infliximab. De middelste foto is
genomen na 3 giften infliximab. De ontstekingen zijn tot rust gekomen, de
zwellingen en contracturen zijn verdwenen en de beweeglijkheid van de oksel was weer
normaal. De behandeling met infliximab kon worden gestaakt. De rechter foto is
genomen na 3 jaar. De oksel is nog steeds rustig, er zijn geen nieuwe plekken
bij gekomen.

Fistels
kunnen spontaan verdwijnen onder behandeling met infliximab.
Op de foto links is
een fistelopening te zien. Na 3 giften infliximab
(foto
rechts) is de fistel verdwenen.

Ontstekingsparameters:
de bezinking en het CRP (C-reactive protein) dalen en blijven laag
gedurende 1 jaar (gemiddelde van 10 patiënten, infliximab gegeven op week
0, 2 en 6 en daarna niet meer gedurende de rest van het
observatiejaar).
Acne
skin score (gemodificeerde Sartorius score) van 10 patiënten
behandeld met
infliximab op week 0, 2 en 6.
Bij de helft van
de patiënten is het effect van de infliximab tijdelijk,
enkele maanden na
de laatste gift komen de ontstekingen weer terug.
Bij de andere helft
is er een langdurig doorwerkend gunstig effect.

Bij
alle patiënten is de kwaliteit van leven voor aanvang van de studie zeer
slecht (hoog getal), veel slechter dan de kwaliteit van leven van bijvoorbeeld
psoriasis patiënten die in aanmerking komen voor behandeling
met biologicals. Na behandeling verbetert de kwaliteit van leven
aanzienlijk, van 18.4 ± 7.9 naar 9.3 ± 9.1 na 1 jaar (p = 0.007). Bij
dit soort subjectieve parameters kan een placebo effect een grote rol
spelen, desondanks is de verbetering erg groot.
Mekkes JR,
Bos JD. Br J Dermatol 2008;158:370-374
Combineren
met chirurgisch ingrijpen
Onder
invloed van de TNF-remmende middelen verdwijnt de ontstekingscomponent, de
zwelling, en de pus-uitvloed waardoor de gebieden overzichtelijker worden
en beter toegankelijk voor chirurgische ingrepen. Dit opent de weg om deze
patiënten een traject van behandelingen aan te bieden, waarvan de
behandeling met TNF-remmers onderdeel is, maar waarbij daarna of
gelijktijdig chirurgisch wordt ingegrepen. Met deze combinatie van opties
lukt het om bij een deel van de patiënten volledige genezing te bereiken.
Daarna is het niet meer nodig om behandeling met TNF-remmers voort te
zetten.
Powerpoint
presentatie over de chirurgische mogelijkheden bij hidradenitis
suppurativa
deroofing
bij hidradenitis suppurativa
deroofing
bij hidradenitis suppurativa (groot gebied)
deroofing
bij hidradenitis suppurativa (scrotum)
deroofing
bij diepe abcessen (acne conglobata et cystica)
excisie
van abcessen op de bil bij acne ectopica (hidradenitis suppurativa)
excisie
van abcessen in de lies bij acne ectopica (hidradenitis suppurativa)
excisie
van abcessen in de oksel bij acne ectopica (hidradenitis suppurativa) 1
excisie
van abcessen in de oksel bij acne ectopica (hidradenitis suppurativa) 2
V-Y
plastiek onder het oor
Combineren
met antibiotica
Patiënten
die starten met TNF-alpha remmers hebben meestal al de gebruikelijke
antibiotica zoals tetracyclinen (tetracycline, minocycline, doxycycline),
clindamycine, en de combinatie clindamycine + rifampicine geprobeerd, met
onvoldoende resultaat. Desondanks kan het toch nodig zijn om tijdens
episoden waarin het minder goed gaat deze of andere antibiotica toe te
voegen aan de behandeling. Ook rond ingrepen kan het nodig zijn om
preventief of bij wondinfecties tijdelijk antibiotica te geven, waaronder
floxapen en amoxicilline-clavulaanzuur. Totaal aanpak In het ideale geval
combineert men bij deze ernstige patiëntencategorie alle beschikbare
behandelopties, afgestemd op de individuele patiënt (Alikhan 2009). Dat
kan inhouden het advies om te stoppen met roken, het voorschrijven van
lokale preparaten gericht op het voorkomen van de afsluiting van
talgklieren (Boer 2009), antibiotica voor de langere termijn (tetracyclinen),
of breder werkende antibiotica voor de kortere termijn, TNF-alpha remmers
in ernstige gevallen en indien er een duidelijke inflammatoire component
aanwezig is, en chirurgisch ingrijpen om de laatste resterende fistels en
holten te elimineren (Slade 2003). Totaal
aanpak bij de behandeling van hidradenitis suppurativa
-
start een onderhoudsbehandeling met een tetracycline en adviseer te
stoppen met roken -
behandel episoden van ernstige infectie met een
antibioticum met brede en/of
anti-anaërobe werking (o.a. clindamycine + rifampicine) -
controleer in
ernstige gevallen de inflammatoire component (indien aanwezig) met
TNF-alpha remmers -
nadat hiermee de ontstekingen tot rust zijn gekomen:
excideer alle fistels, holten en abcessen ruim tot in gezond
weefsel
Behandel
criteria
Gezien
de mogelijke bijwerkingen en gezien de hoge kosten is het niet de
bedoeling dat de TNF-alpha remmers bij alle patiënten met hidradenitis
suppurativa worden ingezet. Globaal kunnen de onderstaande criteria worden
gehanteerd, die ook voor studies naar infliximab en adalimumab zijn
gehanteerd:
|
-
|
ernstige
hidradenitis suppurativa (Hurley II of III)
|
|
-
|
geobjectiveerd
als meer dan 5 ontstoken (pussend of pijnlijke nodi) gebieden of een
acne ectopica skin score (facultatief) > 100
|
|
-
|
langer
dan 2 jaar bestaand
|
|
-
|
aanwezigheid
van een inflammatoire component (paarse geïndureerde gebieden rond
abcessen / fistels)
|
|
-
|
onvoldoende
reagerend op conventionele therapie of teveel bijwerkingen daarvan
|
|
-
|
geen
overgewicht (< 100 kg en een BMI < 28)
|
|
-
|
patiënt
moet bereid zijn om te stoppen met roken
|
|
-
|
niet
zwanger zijn of zwanger kunnen worden (adequate anticonceptie)
tijdens de behandeling en t/m 6 maanden na de laatste gift
|
Bij
overgewicht is een hogere dosering nodig. Bij adalimumab en etanercept
geldt dan dat de standaard dosering units niet meer volstaan. Bij
infliximab kan de dosering worden aangepast aan het lichaamsgewicht. Voor
alle TNF-remmers geldt dat bij verhogen van de dosis de kosten navenant
toenemen maar mogelijk ook de kans op bijwerkingen.
Het
staat ter discussie of men van een HS patiënt mag eisen om te stoppen met
roken alvorens behandeling met TNF-alpha remmers te starten. Dit is een
ethische discussie die ook speelt bij dotterbehandelingen bij rokers of
levertransplantaties bij alcoholmisbruik. Aangezien meer dan 95% van de
patiënten met ernstige hidradenitis rookt of heeft gerookt en recente
studies uitwijzen dat roken een belangrijke risicofactor is, is het wel
noodzakelijk om dit met de patiënt te bespreken en te adviseren te
stoppen met roken.
Bijzondere
voorzorgsmaatregelen en bepalingen
De
TNF-alpha remmers zijn niet geregistreerd voor de indicatie hidradenitis
suppurativa. Dit betekent dat de arts die deze middelen voorschrijft (off-label
gebruik), nog nadrukkelijker dan bij het voorschrijven van andere
medicatie de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de veiligheid van
de patiënt, en dus zeer zorgvuldig te werk moet gaan. De arts die deze
biologicals off-label voorschrijft voor de indicatie hidradenitis
suppurativa, moet rekening houden met een aantal regels:
|
1.
|
Behandel
alleen patiënten met ernstige hidradenitis suppurativa die niet of
onvoldoende reageren op reguliere behandelingen, of waarbij
contra-indicaties daarvoor bestaan.
|
|
2.
|
Behandel
alleen indien u bekend bent met de mogelijke complicaties van de
TNF-alpha remmers en met de behandeling daarvan.
|
|
3.
|
Er
moet van tevoren een realistische inschatting worden gemaakt over de
kans op succes van behandeling met TNF-alpha remmers. Die kans is
groter naarmate er een duidelijke ontstekingscomponent aanwezig is.
Indien
de patiënt meer gebaat zou zijn met chirurgische ingrepen of indien
de ideale combinatiebehandeling is eerst behandelen met TNF-alpha
remmers en daarna een serie chirurgische ingrepen, dan moet dit
helder en van tevoren worden uitgelegd.
|
|
4.
|
De
patiënt moet goed worden voorgelicht over de aard van de ziekte en
over de behandelmogelijkheden. De patiënt moet weten wat hij/zij
kan verwachten van behandeling met TNF-alpha remmers en wat de
mogelijke bijwerkingen kunnen zijn.
Deze
informatie dient mondeling en schriftelijk te worden overgebracht.
Tot het informatiepakket dat de patiënt dient te bestuderen
behoren:
-
folder over hidradenitis suppurativa
-
folder over de behandeling van hidradenitis met infliximab
-
bijsluiter van infliximab
Vervolgens
moet de patiënt voldoende bedenktijd hebben om te besluiten of
hij/zij de behandeling wil gaan volgen.
|
|
5.
|
De
patiënt dient een verklaring te ondertekenen waarin hij aangeeft
alle informatie te hebben gelezen en begrepen, en dat hij akkoord
gaat met de behandeling.
|
|
6.
|
De
patiënt dient een verklaring te ondertekenen (off-label verklaring)
waarin hij aangeeft dat hij begrijpt dat het middel niet
geregistreerd is in Nederland voor deze indicatie, en dat hij
begrijpt waarom de behandelend arts het in dit speciale geval toch
wil voorschrijven, en dat hij daarmee akkoord gaat.
|
|
7.
|
De
huisarts moet op de hoogte worden gebracht van het starten van de
behandeling.
|
Verder
dient de arts zich te realiseren dat er een aantal voorzorgsmaatregelen
die in de bijsluitertekst worden genoemd, bij deze patiëntengroep worden
genegeerd. Dit zijn:
|
1.
|
Infliximab
niet geven bij koorts
|
|
2.
|
Infliximab
niet geven bij ernstige infecties
|
|
3.
|
Niet
opereren tijdens gebruik van infliximab
|
Doseringen
en kosten
Infliximab:
5 mg/kg i.v., te herhalen na 2 en 6 weken en vervolgens elke 8 weken.
Infliximab wordt geleverd in ampullen van 100 mg. Doseringen mogen worden
afgerond. Bij onvoldoende effectiviteit in de onderhoudsfase kan de
dosering worden verhoogd of het interval worden verkort, of beiden. Bij
patiënten die melden dat het effect uitgewerkt is voordat de 8 weken
verstreken zijn is het zinnig om het interval te bekorten. Bij patiënten
die aanvankelijk goed reageerden en later minder, is het zinvol om
antistoffen tegen infliximab te bepalen en de infliximab spiegel.
Antistofvorming is geassocieerd met afname van de klinische werking. Een
ampul infliximab kost 652 euro, de gemiddelde dosis is 3,75 ampullen per
infusie, op jaarbasis komen de geneesmiddel kosten uit op circa 19.500
euro. Daar komen nog bij de kosten die berekend worden voor de toediening
ervan door medisch en paramedisch personeel.
Adalimumab:
160 mg in week 1, 80 mg in week 2, daarna elke week 40 mg. De kosten op
jaarbasis zijn circa 32.500 euro. Dit komt overeen met de dosering bij de ziekte
van Crohn.
Laboratorium
en ander onderzoek voor en tijdens behandeling.
De
screenende en controlerende bepalingen zijn niet anders dan bij de
geregistreerde indicaties. Aanvullend op de normale screening kan men voor
aanvang totaal eiwit, een eiwit spectrum en eventueel IgG, IgA, en IgM
bepalen. Bij ernstige en langdurig bestaande hidradenitis suppurativa
kunnen er ten gevolge van de chronische ontstekingen forse verhoogde
waarden te vinden zijn, die vervolgens onder behandeling gaan dalen.
Verder is het aan te bevelen minimaal eens per 3 maanden een algemeen
bloedbeeld inclusief de BSE en CRP te bepalen, om te monitoren of de
ontstekingsparameters verbeteren.
Bijzondere
bijwerkingen om alert op te zijn bij HS patiënten
Bij
patiënten met hidradenitis is het infectie risico groter dan bij andere
patiënten. Het gaat hierbij om bacteriële infecties vanuit de abcessen,
die lokaal of systemisch (sepsis, klepvegetaties) problemen kunnen
opleveren. Ook schimmelinfecties kunnen heftiger verlopen, mede door
verstoring van het evenwicht door langdurig of frequent antibiotica
gebruik. Verder hebben patiënten met hidradenitis suppurativa een
verhoogde kans op het ontstaan van plaveiselcelcarcinomen. In theorie
kunnen bovengenoemde complicaties die impliciet bij hidradenitis horen beïnvloed
worden door TNF-alpha remmers. Er zijn nog geen gegevens die dat aantonen,
maar het is wel raadzaam om er alert op te zijn. Voor de verdere mogelijke
bijwerkingen van de TNF-remmers: zie de bijsluiters en 1B teksten.
Aanbevelingen
|
Hoewel
de behandeling met TNF-alpha blokkerende middelen een aanwinst is in
het arsenaal van behandelmogelijkheden bij ernstige hidradenitis
suppurativa, betekent dit niet dat chirurgisch ingrijpen of
behandeling met antibiotica niet meer nodig zouden zijn. In het
ideale geval combineert men meerdere behandelmodaliteiten, afgestemd
op de specifieke situatie van de patiënt.
|
|
Gezien
de tijdelijke aard van het effect van de TNF-alpha remmers bij de
meeste patiënten verdient het aanbeveling om nadat de ontstekingen
tot rust zijn gekomen met de anti-TNF behandeling, te beginnen met
het chirurgisch uitruimen van resterende gangen en fistels, danwel
de patiënt daarvoor door te verwijzen naar een plastisch chirurg of
een algemeen chirurg die bekend is met de aandoening en de
chirurgische behandeling ervan.
|
|
Bij
patiënten met hidradenitis suppurativa die behandeld worden met TNF
remmers wordt op 3 punten regelmatig afgeweken van de aanbevelingen
in de 1B tekst: 1) patiënten met actieve infecties worden
behandeld; 2) patiënten met verhoging of koorts op de infusie dag
worden behandeld; 3) er wordt regelmatig geopereerd terwijl patiënten
behandeld worden. Het is belangrijk om dit te bespreken met de
patiënt.
|
|
Patiënten
dienen zorgvuldig te worden voorgelicht over de behandeling, de
bijwerkingen en de risico’s. De patiënt moet mondelinge en
schriftelijke voorlichting ontvangen en bedenktijd krijgen. De
huisarts dient op de hoogte te zijn van de behandeling. De patiënt
dient een informed consent annex off-label verklaring te tekenen.
|
|
Patiënten
die in infusieklinieken worden behandeld met infliximab dienen
daarnaast ook regelmatig te worden gezien door hun dermatoloog om
het effect van de behandeling te monitoren.
|
Informatie
voor de patiënt
Voor
het informeren van de patiënt, en de huisarts, zijn een aantal folders en
brieven beschikbaar die zo goed mogelijk de huidige stand van zaken
weergeven (zie onderstaande documenten).
Patiëntenfolder
over hidradenitis suppurativa
Patiëntenfolder
over de behandeling van hidradenitis suppurativa met infliximab
Patiëntenfolder
over infliximab
Officiële
patiënten bijsluiter van Remicade (infliximab)
Complete
bijlage 1 met informatie over Remicade (infliximab)
Patiënten
toestemmingsformulier voor het starten van infliximab
Off-label verklaring
(algemeen)
Patiëntenkaart
infliximab
Brief voor meenemen
infliximab op reis (voor douane)
Brief aan de huisarts over
het starten van infliximab (of andere biological)
Brief aan patiënt
over vaccinatie tegen de Mexicaanse griep en de gewone seizoensgriep
Documenten,
checklists, vragenlijsten, verpleegkundige protocollen
Uitgebreide
informatie voor artsen (1B tekst EMEA)
Farmacotherapeutisch
Kompas tekst
van infliximab (Remicade)
Behandelprotocol
/ checklist arts
Formulier
klinische score door arts
Verpleegkundig
protocol
Checklist
(en tevens statusvel voor in de poli) verpleegkundige
Vragenlijst
in te vullen door patiënt voorafgaand aan de behandeling
Vragenlijst
/ enquete in te vullen door patiënt na een half jaar en na een jaar
Gecombineerde
SF-36 / DLQI / SKINDEX vragenlijst voor evaluatie therapie effect
SF-36 vragenlijst
DLQI vragenlijst (Nederlands)
DLQI vragenlijst (Engels)
SKINDEX quality of life score voor dermatologie
Toelichting
op de SKINDEX
Literatuur
-
Adams DR, Gordon KB, Devenyi AG,
Ioffreda MD. Severe hidradenitis suppurativa treated with infliximab
infusion. Arch
Dermatol
2003;139:1540-1542.
-
Alikhan A, Lynch PJ, Eisen DB.
Hidradenitis suppurativa: A comprehensive review. J Am Acad Dermatol 2009;60:539-561.
-
Antonucci C, Negosanti M, Negosanti
L, Iozzo I, Varotti C. Acne inversa treated with infliximab: different
outcomes in 2 patients. Acta Derm
Venereol 2008;88:274-275.
-
Boer J, Jemec GBE. Resorcinol peels
as a possible self-treatment of painful nodules in hidradenitis
suppurativa. Clin Dermatology
2009;xx:xxxx.
-
Brunasso AMG, Delfino C, Massone C.
Hidradenitis suppurativa: are tumour necrosis factor-a blockers the
ultimate alternative? British Journal of Dermatology
2008;159:733-772.
-
Commissie
Farmaceutische Hulp. Infliximab bij ernstige, therapieresistente
hidradenitis suppurativa. College voor Zorgverzekeringen, CFH rapport, 25 februari 2008.
-
Fardet L, Dupuy A, Kerob D, Levy A,
Allez M Begon E et al. Infliximab for severe hidradenitis
suppurativa: transient clinical efficacy in 7 consecutive patients. J Am Acad Dermatol
2007;56:624-628.
-
Fernández-Vozmediano JM,
Armario-Hita JC. Inflximab for the treatment of hidradenitis
suppurativa. Dermatology
2007;215:41-44.
-
Goertz R,
Konturek P, Naegel A, Janka R, Amann A, Maennlein G, et al. Experiences
with a long-term treatment of a massive gluteal acne inversa with
infliximab in Crohn’s disease. Med
Sci Monit 2009;15:CS14-18.
-
Jurgensmeyer JC, Fleischer A.
Clinical improvement of refractory hidradenitis suppurativa with
etanercept. J Am Acad Dermatol
2004;53:15(P58).
-
Katsonos KH, Christodoulou DK,
Tsianos EV. Axillary hidradenitis suppurativa successfully treated
with infliximab in a Crohn’s disease patient.
Am J Gastroenterol 2002;97:2155-2156.
-
Lebwohl B, Sapadin AN. Infliximab for
the treatment of hidradenitis suppurativa. J Am Acad Dermatol 2003;49:S275-S276.
-
Martinez F, Nos P, Benlloch S, Ponce
J. Hidradenitis suppurativa and Crohn’s disease: response to treatment
with infliximab. Inf Bowel Dis
2001;7:323-326.
-
Mekkes JR, Bos JD. Long-term efficacy
of a single course of infliximab in hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 2008;158:370-374.
-
Mekkes JR,
Hommes DW. Behandeling van hidradenitis suppurativa met deroofing en
inflximab. Ned
Tijdschr Dermatol Venereol 2004;14:196-197.
-
Moschella SL. Is there a role for
infliximab in the current therapy of hidradenitis suppurativa? A report of
three treated cases. International
Journal of Dermatology 2007;46:1287-1291.
-
Pedraz J, Daudén E, Pérez-Gala S,
Goiriz-Valdés R, Fernández-Peñas y García-Diez P. Hidrosadenitis
supurativa. Respuesta
al tratamiento con infliximab. Actas
Dermosifilliogr 2007;98:325-331.
-
Pedraz J, Peñas PF, Garcia-Diez A.
Pachyonychia congenita and hidradenitis suppurativa: no response to
infliximab therapy. J Eur Acad
Dermatol Venereol 2008;22:1500-1501.
-
Poulin Y. Successful treatment of
hidradenitis suppurativa with infliximab in a patient who failed to
respond to etanercept. J Cutan Med
Surg 2009;13:221-225.
-
Ravat F, O’Reilly D,
Handfield-Jones S. Recalcitrant Hidradenitis Suppurativa treated with
adalimumab. J Am Acad Dermatol
2005;54:58(P569).
-
Rosi YL, Lowe L, Kang S. Treatment of
hidradenitis suppurativa with infliximab in a patient with Crohn’s
disease. J Dermatol Tr
2005;16:58-61.
-
Roussomoustakaki M, Dimoulios P,
Chatzicostas C, Kritikos HD, Romanos J, Panayiotides JG et al.
Hidradenitis suppurativa associated with Crohn’s disease and
spondylarthropathy: response to anti-TNF therapy. J
Gastroenterol 2003;38:1000-1004.
-
Shah N. Hidradenitis suppurativa: a
treatment challenge. Am Fam
Physician 2005;72:1547-52.
-
Slade DEM, Powell BW, Mortimer PS.
Hidradenitis suppurativa: pathogenesis and management. The British Association
of Plastic Surgeons
2003; 56:451-461.
-
Sullivan TP, Welsh E, Kerdel FA,
Burdick AE, Kirsner RS. Infliximab for hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol
2003;149:1046-1049.
-
Suys E, D’Heygere F. Infliximab
voor acne inversa (alias hidradenitis suppurativa)? Ned Tijdschr Dermatol
Venereol
2005;15:406-407.
-
Thielen A-M, Barde C, Saurat J-H.
Long-term infliximab for severe hidradenitis suppurativa. Br J Dermatol 2006;154:1105-1106.
-
Usmani N, Clayton TH,
Everett
S, Goodfield MDJ. Variable response of hidradenitis suppurativa to
infliximab in four patients. Clin
Exp Dermatol 2007;32:204-205.
|